ECLI:NL:GHARN:2011:BR3135
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J. Lamens
- R. den Ouden
- A.J.H. van Suilen
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde wegens onvoldoende verwerking bodemverontreiniging door gemeente
Belanghebbende stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarden van twee woningen in Utrecht, die volgens hem te hoog waren vastgesteld omdat de bodemverontreiniging onvoldoende was meegenomen. De gemeente had de waarden vastgesteld voor de peildata 1 januari 2003, 2005 en 2007, waarbij een aftrek van 15% werd toegepast wegens bodemverontreiniging.
De bodemverontreiniging was veroorzaakt door een lekkende ondergrondse tank in een naastgelegen pand, ontdekt in 1992, met sanering afgesloten in 2003 en aanvullende zuurstoftoevoeging tot 2005. Uit latere rapportages bleek dat de saneringsdoelstelling niet was gehaald en dat restverontreiniging aanwezig bleef. De rechtbank had de beroepen van belanghebbende ongegrond verklaard, maar het hof stelde vast dat de gemeente onvoldoende rekening had gehouden met de waardedrukkende effecten van de restverontreiniging.
Het hof oordeelde dat de taxatierapporten onvoldoende waren om de vastgestelde waarden te handhaven en dat de overdrachtsprijs van een vergelijkbaar pand uit 2004 onvoldoende rekening hield met de latere bevindingen over de sanering. Het hof paste daarom een hogere aftrek van 25% toe op de uitgangswaarden en stelde de WOZ-waarden dienovereenkomstig vast. Tevens veroordeelde het hof de gemeente tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarden van de woningen worden verminderd met 25% vanwege onvoldoende verwerking van bodemverontreiniging.