ECLI:NL:GHARN:2011:BR3510
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- M.F.J.N. van Osch
- M.G.W.M. Stienissen
- L.L.M. de Lorijn
- H.B.M. Duenk
- Rechtspraak.nl
Geschil over melioratierecht en pachtovereenkomst na beëindiging en verlengingsprocedure
In deze civiele zaak staat het melioratierecht centraal, waarbij appellant vergoeding vordert voor verbeteringen aan het gepachte. De pachtovereenkomst was meerdere malen verlengd, maar werd uiteindelijk beëindigd bij beschikking van het hof op 20 november 2007. De vraag was of het vorderingsrecht van appellant op grond van het oude of nieuwe recht moest worden beoordeeld.
Het hof oordeelt dat de pachtovereenkomst tot het moment van de beschikking voortduurde en dat het nieuwe recht van toepassing is. Hierdoor was de termijn voor het instellen van de melioratievordering nog niet verstreken op het moment van dagvaarding. Het hof gaat vervolgens in op de toewijsbaarheid van de vordering en stelt vast dat alleen voor bepaalde verbeteringen, zoals de staldeuren en de schuur/potstal, een vergoeding kan worden gevorderd.
Het hof beveelt een plaatsopneming en comparitie van partijen aan om de omvang en waarde van de verbeteringen vast te stellen, evenals de staat waarin het gepachte is opgeleverd. Ook zal aandacht worden besteed aan de vordering tot afgifte van roerende zaken. De beslissing wordt aangehouden tot na deze procedurele stappen.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het melioratierecht niet is vervallen en beveelt plaatsopneming en comparitie voor vaststelling van vergoeding en afgifte van zaken.