ECLI:NL:GHARN:2011:BR4945
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- E.B. Knottnerus
- H. Wammes
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en opvolging werkgever bij metaalbedrijf
De zaak betreft een geschil over de rechtsgeldigheid en voortzetting van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd tussen een werknemer en twee metaalbedrijven, MAS en MCC. De werknemer was achtereenvolgens in dienst bij MAS met vier arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, gevolgd door een overeenkomst met MCC. Het centrale geschilpunt is of de arbeidsovereenkomst met MCC van rechtswege eindigt of dat deze als voortzetting van de overeenkomst met MAS moet worden beschouwd en dus voor onbepaalde tijd geldt.
Het hof stelt vast dat MCC en MAS feitelijk nauw met elkaar verbonden zijn, met dezelfde directie, locatie en werkplaats, en dat de werkzaamheden van de werknemer bij beide ondernemingen qua aard en arbeidsvoorwaarden niet wezenlijk verschillen. Ondanks dat de werknemer bij MCC meer buitendienstwerkzaamheden verrichtte, oordeelt het hof dat MCC redelijkerwijs als opvolger van MAS kan worden beschouwd. Hierdoor geldt de arbeidsovereenkomst met MCC als voortzetting en niet als een nieuwe overeenkomst voor bepaalde tijd.
Daarnaast oordeelt het hof dat de CAO Metalektro niet van toepassing is op de arbeidsovereenkomst met MCC, omdat MCC niet voldoet aan het vereiste urencriterium. De werknemer stelde subsidiair dat een andere CAO van toepassing is, waarop MCC nog kan reageren. Het hof bepaalt een comparitie om nadere bewijslevering en eventuele schikking te onderzoeken en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat MCC als opvolger van MAS kan worden beschouwd, waardoor de arbeidsovereenkomst niet automatisch eindigt en de CAO Metalektro niet van toepassing is; verdere beslissing wordt aangehouden voor comparitie.