Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Zutphen,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
17 oktober 2014.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een loonvordering van eiser tegen Mega Carbon Constructions B.V. (MCC) over de periode van ziekte. Eiser was sinds 2006 in dienst bij MAS en later MCC, en was sinds oktober 2008 arbeidsongeschikt. MCC had de arbeidsovereenkomst opgezegd, maar eiser betwistte de beëindiging en vorderde loonbetaling inclusief wettelijke verhoging.
De kantonrechter wees de vordering toe, het hof vernietigde dit en wees de vordering af omdat eiser niet had bewezen dat de CAO Metaalbewerking van toepassing was. Eiser stelde in cassatie dat het hof ten onrechte niet had onderzocht of de vordering op grond van art. 7:629 lid 1 BW Pro gedeeltelijk toewijsbaar was, ondanks erkenning van de arbeidsovereenkomst en arbeidsongeschiktheid.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door niet te onderzoeken of art. 7:629 lid 1 BW Pro een grondslag bood voor gedeeltelijke toewijzing. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. MCC werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst de zaak terug naar gerechtshof voor verdere behandeling.