ECLI:NL:GHARN:2011:BR5135
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding na ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens wanbetaling
Op 7 november 2007 sloten partijen een huurovereenkomst voor bedrijfsruimten voor drie jaar met mogelijke verlenging. De huurder stopte met betalen, waarna de kantonrechter de overeenkomst ontbond wegens wanbetaling. De verhuurder vorderde schadevergoeding voor huurderving tot het moment van nieuwe verhuur. De kantonrechter wees deze vordering af.
In hoger beroep stelde het hof vast dat de huurovereenkomst eindigde op 31 oktober 2010, omdat de verhuurder onvoldoende had gesteld dat de overeenkomst was verlengd. De huurder kon niet aantonen dat de bedrijfsruimten vóór die datum opnieuw waren verhuurd. Het beroep op schending van de schadebeperkingsplicht door de verhuurder werd verworpen, omdat de verhuurder voldoende inspanningen had geleverd om de units te verhuren.
Het hof oordeelde dat over de schadevergoeding geen BTW verschuldigd is en wees de handelsrente af, maar kende wel wettelijke rente toe. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd, en de huurder werd veroordeeld tot betaling van € 661,31 per maand over de periode september 2009 tot en met oktober 2010, met wettelijke rente. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: De huurder is veroordeeld tot betaling van schadevergoeding over september 2009 tot oktober 2010, exclusief BTW en handelsrente, met wettelijke rente.