ECLI:NL:GHARN:2011:BS1076
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere geschiktheid en schadeloosstelling bij onteigening dijkperceel Millingedijk
Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Arnhem het geschil over de bijzondere geschiktheid van een onteigend dijkperceel aan de Millingedijk opnieuw beoordeeld. De deskundigen concludeerden dat het perceel qua inhoud en omvang niet relevant afwijkt van vergelijkbare dijkdelen en dat de aanwezigheid van pipingproblemen juist een mindere geschiktheid impliceert. De stelling van geïntimeerde dat het perceel meer klei bevat en daardoor bijzondere geschiktheid heeft, werd onvoldoende onderbouwd.
Daarnaast is de discussie over de waarde van in de dijk aanwezige lavastenen behandeld. Het hof oordeelde dat deze grondslag niet opnieuw onderzocht kan worden na verwijzing, omdat geïntimeerde dit niet eerder heeft aangevoerd. Het hof volgt hiermee de eerdere beslissing van de rechtbank dat er geen bijzondere geschiktheid is.
Het hof stelt de schadeloosstelling vast op €29.586,47 en veroordeelt geïntimeerde tot terugbetaling van een te veel betaald voorschot van €5.155,55 met rente. Tevens worden de kosten van juridische en deskundige bijstand aan de zijde van geïntimeerde integraal vergoed, ondanks bezwaren van de Staat. De Staat wordt veroordeeld in de kosten van door de rechtbank en het hof benoemde deskundigen. Het arrest is uitgesproken op 23 augustus 2011.
Uitkomst: Het hof stelt de schadeloosstelling vast op €29.586,47 en veroordeelt de Staat tot vergoeding van kosten en geïntimeerde tot terugbetaling van teveel betaald voorschot.