ECLI:NL:HR:2001:AB0242
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bijzondere geschiktheid bij onteigening voor dijkverbetering
In deze zaak gaat het om de onteigening van percelen op de linkeroever van de Waal ten behoeve van de verbetering van dijkvakken volgens de Wet op de waterkering. [Eiser] stelt dat de te onteigenen grond door de aanwezigheid van klei en zand een bijzondere geschiktheid heeft voor het doel van de Staat, namelijk dijkverbetering, en dat dit moet worden meegenomen bij de schadeloosstelling.
De Rechtbank Arnhem had de schadeloosstelling vastgesteld zonder rekening te houden met deze bijzondere geschiktheid, gesteund door deskundigen die stelden dat een extra vergoeding onredelijke gevolgen zou hebben. De Hoge Raad oordeelt echter dat in het commerciële verkeer de prijs van een zaak met bijzondere geschiktheid hoger ligt en dat dit ook bij onteigening moet worden meegewogen.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing, waarbij de bijzondere geschiktheid van de grond voor het beoogde doel moet worden betrokken. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staat in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling met inachtneming van de bijzondere geschiktheid van de onteigende grond.