ECLI:NL:GHARN:2011:BS1147
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- P.L.R. Wefers Bettink
- G.P.M. van den Dungen
- B.J. Lenselink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling slaafse nabootsing van betonnen duurzaamheidsvloeren in loopstallen
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de door [X] ontwikkelde en geproduceerde emissiearme duurzaamheidsvloer een slaafse nabootsing vormt van de welzijnsvloer W4 van HCI Betonindustrie B.V. HCI vorderde een verbod op productie en verkoop van de vloer van [X], alsmede inzage in verkoopgegevens en terugbetaling van een bedrag.
De voorzieningenrechter in eerste aanleg wees de vordering af omdat de vloeren uiterlijk duidelijk verschillen en het publiek daardoor geen verwarring zal hebben. HCI ging in hoger beroep en voerde aan dat [X] slaafs had nagemaakt zonder de investeringen te doen die HCI had gedaan voor het verkrijgen van een RAV-nummer.
Het hof overwoog dat nabootsing van een stoffelijk product zonder intellectuele eigendomsrechten in beginsel is toegestaan, tenzij verwarring bij het publiek valt te duchten en de nabootser tekortschiet in zijn zorgplicht om verwarring te voorkomen. Het hof stelde vast dat de verschillen in vormgeving van de vloeren aanzienlijk zijn, onder meer in patroon van afvoergoten, afdichtingssleuven en bevestiging van flappen.
De investeringen van HCI voor het RAV-nummer zijn niet relevant voor de beoordeling van slaafse nabootsing. Het hof concludeerde dat [X] niet onrechtmatig heeft gehandeld en wees de grieven van HCI af. HCI werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van HCI af en bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.