ECLI:NL:GHARN:2011:BS1154
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- J.G. Luiten
- J.H. Lieber
- M.H.H.A. Moes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in kort geding over hoofdverblijfplaats en omgangsregeling minderjarige kinderen
In deze zaak staat de hoofdverblijfplaats en omgangsregeling van twee minderjarige kinderen centraal, over wie partijen gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. De man heeft een bodemprocedure gestart om de hoofdverblijfplaats bij hem vast te stellen, terwijl de vrouw in kort geding vorderde dat de kinderen bij haar verblijven. De voorzieningenrechter bepaalde dat de kinderen voorlopig bij de man blijven en stelde een omgangsregeling vast.
De vrouw ging in hoger beroep tegen dit tussenvonnis en voerde twee grieven aan: dat het belang van de kinderen vereist dat zij bij haar verblijven en dat de omgangsregeling te beperkt is. Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het belang van de kinderen een wijziging van de verblijfplaats vereiste, mede gelet op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming.
Ook de gevorderde uitbreiding van de omgangsregeling faalde, mede omdat de man de gezamenlijke woning inmiddels metterwoon heeft verlaten. Het hof bekrachtigde het tussenvonnis, verwierp de grieven en verwees de zaak terug naar de voorzieningenrechter voor de hoofdzaak. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het tussenvonnis dat de kinderen voorlopig bij de man verblijven en verwijst de zaak terug naar de voorzieningenrechter.