ECLI:NL:GHARN:2011:BT2211
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de zorgvuldigheid van juridisch advies door De Unie bij ontslag op staande voet
Appellant was lid van De Unie en werd op staande voet ontslagen wegens vermeend ongeoorloofd verzuim, terwijl hij ziek was. De Unie verleende beperkte juridische bijstand, waarna appellant een advocaat inschakelde.
Appellant stelde De Unie aansprakelijk wegens het nalaten om hem te wijzen op de fatale termijn van twee maanden voor het aanvechten van het ontslag en het niet tijdig inroepen van de vernietigbaarheid van de opzegging. De rechtbank oordeelde eerder dat De Unie niet tekort was geschoten.
In hoger beroep bevestigde het hof dat De Unie als redelijk handelend en bekwaam juridisch adviseur heeft gehandeld. Het hof benadrukte dat appellant meerdere opties had en dat het aan hem en zijn advocaat was om de juiste strategie te bepalen. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van appellant af wegens correcte juridische bijstand door De Unie.