ECLI:NL:GHARN:2011:BT2914
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.G. Luiten
- J.H. Lieber
- S.M. Evers
- Rechtspraak.nl
Verdeling nalatenschap en vergoedingsrecht tussen samenwonenden na overlijden erflater
Deze civiele zaak betreft de verdeling van de nalatenschap van een overleden erflater die gehuwd was met appellante, na een periode van samenwonen, en vader was van geïntimeerden uit een vorig huwelijk. Appellante stelde dat er sprake was van een natuurlijke verbintenis waardoor een vergoedingsaanspraak niet bestond en betwistte de verdeling van de nalatenschap.
Het hof oordeelde dat bij vermogensverschuiving tussen samenwonenden in beginsel een aanspraak op vergoeding bestaat, tenzij sprake is van een andersluidende overeenkomst, schenking of natuurlijke verbintenis. Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat er sprake was van een natuurlijke verbintenis of afstand van het vergoedingsrecht.
Verder werd geoordeeld dat de vordering tot verrekening van kosten van de huishouding was vervallen wegens niet tijdig schriftelijk vorderen. De wens van erflater in zijn testament werd niet als een rechtens afdwingbare verplichting aangemerkt. Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de aanspraak van geïntimeerden op de nalatenschap betrof en stelde de verdeling van de vergoedingsaanspraak vast, waarbij appellante gehouden is aan geïntimeerden hun aandeel te vergoeden.
De overige grieven van appellante werden verworpen en het vonnis van de rechtbank werd voor het overige bekrachtigd. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd en het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt de verdeling van de vergoedingsaanspraak in de nalatenschap vast en wijst de vordering van geïntimeerden toe.