ECLI:NL:GHARN:2011:BT2926
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.P.J.A.M. van der Pol
- B.W.M. Hendriks
- J.H.M. Zwinkels
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bodemverontreiniging door opslag paardenmest
Verdachte werd beschuldigd van het opslaan van ongeveer 10 kuub paardenmest op een niet-vloeistofdichte vloer van Stelcon-platen, waarbij werd gesteld dat dit de bodem kon verontreinigen of aantasten. De kern van de zaak was of verdachte wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat zijn handelingen schadelijke milieueffecten zouden veroorzaken.
De mesthoop was niet overdekt en de vloer had naden zonder afdichting, waardoor regenwater via de naden in de bodem kon sijpelen. Paardenmest, vooral in combinatie met stro, is echter een relatief droge substantie met absorberende eigenschappen. Verdachte had zich verdiept in de materie en gebruikte openbare bronnen zoals de Infomil-website, waaruit hij afleidde dat zijn opslagwijze in overeenstemming was met het milieubeleid.
Hoewel het hof erkent dat de opvatting van verdachte onjuist is, concludeert het dat hij zich voldoende had geïnformeerd en dat er onvoldoende bewijs is dat hij het primair of subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en spreekt verdachte vrij. Het arrest benadrukt dat verdachte inmiddels wel op de hoogte zal zijn dat dergelijke opslagwijze niet langer acceptabel is.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat zijn opslag van paardenmest de bodem zou verontreinigen.