ECLI:NL:GHSHE:2010:BN8480
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- F.P.E. Wiemans
- H. Harmsen
- K. van der Meijde
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens bodemverontreiniging door opslag champignonmest en paardenmest
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het opslaan van champignonmest en paardenmest op onbeschermde bodem, hetgeen de bodem verontreinigde. In hoger beroep betwistte verdachte de bewezenverklaring, onder meer door te stellen dat mest als bodemverbeteraar wordt gebruikt en dat de hoeveelheid mest onvoldoende was voor bodemverontreiniging. Het hof oordeelde echter dat het wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte gedurende een langere periode mest had opgeslagen, waarbij mesthoop aanwezig bleef, en dat hij redelijkerwijs kon vermoeden dat dit de bodem zou verontreinigen.
Het hof benadrukte dat binnen de agrarische sector het risico van bodemverontreiniging door mest algemeen bekend is en dat ondernemers zoals verdachte zich hiervan bewust moeten zijn. De verdediging dat mestopslag pas na een langere aaneengesloten periode tot verontreiniging leidt, werd verworpen. Verdachte werd veroordeeld voor opzettelijke overtreding van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming en relevante bepalingen van de Wet op de economische delicten.
De strafmaat bestond uit een geldboete van 1.000 euro, waarvan 500 euro voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij verdachte werd veroordeeld conform de bewezenverklaring.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 1.000 euro, waarvan 500 euro voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, wegens het op onbeschermde bodem opslaan van champignonmest en paardenmest.