ECLI:NL:GHARN:2011:BT6701
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.A.W. Lensing
- B.P.J.A.M. van der Pol
- H.W. Koksma
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor milieudelicten en valsheid in geschrift door feitelijk leidinggevende
In deze zaak stond verdachte terecht voor meerdere milieudelicten en valsheid in geschrift. Het hof stelde vast dat de vloer van de opslag niet geheel vloeistofdicht was, waardoor vloeistoffen in de bodem terechtkwamen in strijd met de vergunning. Verdachte had bovendien zonder vergunning de inrichting gewijzigd door opslag van kalkslib en houtsnippers.
Daarnaast werd vastgesteld dat percolaatvocht van de opslag van verdachte in oppervlaktewater was geloosd zonder vergunning. Verdachte had ook valselijk vervoersbewijzen ingevuld met onjuiste afnemersgegevens, wat een belemmering vormde voor adequate controle en heffing.
De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte zich inspande om milieuschade te voorkomen en dat sommige materialen onder de vergunning vielen, maar deze verweren werden verworpen. Het hof oordeelde dat verdachte bewust en stelselmatig de regelgeving had genegeerd en als feitelijk leidinggevende verantwoordelijk was voor de overtredingen.
Het hof verklaarde verdachte niet ontvankelijk voor het hoger beroep tegen een deel van de vrijspraak en vernietigde het vonnis voor zover het tot een andere bewijsbeslissing kwam. Uiteindelijk werd verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden. Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen en de ernst van de feiten.
De zaak illustreert de strenge aanpak van milieudelicten en valsheid in geschrift, waarbij feitelijk leidinggevenden persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor opzettelijke overtredingen ondanks waarschuwingen en bestuursdwang.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf wegens milieudelicten en valsheid in geschrift.