ECLI:NL:HR:2005:AT4351
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid opname telecommunicatie en toetsing machtiging rechter-commissaris
In deze zaak stond de rechtmatigheid van het opnemen van telecommunicatie centraal, waarbij de verdachte betwistte dat de machtiging en het bevel tot afluisteren rechtmatig waren verleend. De Hoge Raad bevestigde dat de officier van justitie bevoegd is tot het bevelen van het opnemen van telecommunicatie, mits de rechter-commissaris vooraf schriftelijk een machtiging heeft verleend. Hierbij is het aan de OvJ om te beoordelen of sprake is van een verdenking die een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert en of het onderzoek dringend vordert, waarbij proportionaliteit en subsidiariteit een rol spelen.
Het hof had geoordeeld dat de rechter-commissaris in redelijkheid tot het verlenen van de machtiging had kunnen komen, mede door de concrete feiten en omstandigheden in de startnota die de verdenking onderbouwden. De Hoge Raad vond deze oordelen niet onjuist of onbegrijpelijk. Tevens werd bevestigd dat de zittingsrechter de rechtmatigheid van de toepassing van de bevoegdheid beoordeelt aan de hand van de redelijkheid van het oordeel van de rechter-commissaris en de rechtmatigheid van het gebruik door de OvJ.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, wat leidde tot strafvermindering. De bestreden uitspraak werd vernietigd voor wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, die werd verminderd tot 108 uren of 54 dagen hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtmatigheid van de afluistermachtiging en vermindert de taakstraf wegens termijnoverschrijding.