ECLI:NL:GHARN:2011:BT6754
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of sanitaire showroomproducten bodemzaken zijn in faillissement
In deze civiele zaak stond centraal of sanitaire artikelen die zich in de showroom van de gefailleerde vennootschap bevonden, als bodemzaken konden worden aangemerkt in de zin van artikel 21 en Pro 22 van de Invorderingswet 1990. De curator stelde namens de Belastingdienst dat deze goederen bodemzaken waren, terwijl Wilco Engineering B.V., die een pandrecht op deze goederen had, dit betwistte en betaling van de verkoopopbrengst buiten de boedel om vorderde.
De rechtbank had het standpunt van de curator gevolgd en de vorderingen van Wilco afgewezen. In hoger beroep heeft het hof de wettelijke bepalingen en jurisprudentie over bodemzaken uitgebreid besproken. Het hof benadrukte dat bodemzaken roerende goederen zijn die duurzaam dienstbaar zijn aan het gebouw en dat het begrip 'stoffering' ruim moet worden uitgelegd. Echter, goederen die bestemd zijn voor verkoop en die in een showroom worden tentoongesteld, dienen weliswaar het gebruik van de ruimte, maar zijn doorgaans niet duurzaam genoeg om als bodemzaken te kwalificeren.
Het hof stelde vast dat de tentoongestelde sanitaire producten ook tot de voorraad behoorden en eenvoudig konden worden verwijderd zonder beschadiging. Ook werden deze producten na vervanging tegen betaling verkocht. Daarom kwalificeerden zij niet als bodemzaken. Het hof vernietigde het bestreden vonnis en wees de verklaring voor recht toe dat de goederen geen bodemzaken zijn. Verdere beslissingen werden aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen op nieuwe argumenten te reageren.
Uitkomst: De sanitaire producten in de showroom zijn geen bodemzaken en behoren tot de voorraad.