ECLI:NL:GHARN:2011:BT6876
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.A.W. Lensing
- B.P.J.A.M. van der Pol
- H.W. Koksma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep milieudelicten en valsheid in geschrift met stillegging onderneming
Verdachte werd beschuldigd van diverse milieudelicten en valsheid in geschrift, waaronder het niet vloeistofdicht opslaan van meststoffen, het zonder vergunning wijzigen van een inrichting, het lozen van percolaatvocht in oppervlaktewater, het valselijk opmaken van vervoersbewijzen en het inzamelen van bedrijfsafval zonder registratie.
Het hof oordeelde dat verdachte opzettelijk handelde in strijd met de milieuvergunning en dat de vloer niet geheel vloeistofdicht was, waardoor vloeistoffen in de bodem terechtkwamen. Ook werd vastgesteld dat verdachte bewust kalkslib en houtsnippers opsloeg zonder vergunning en dat percolaatvocht afkomstig van haar opslag in het winterbed van de Waal terechtkwam. Vervoersbewijzen waren valselijk ingevuld met onjuiste afnemers, zonder toestemming van bevoegde instanties.
De verdediging voerde onder meer aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat verdachte meende binnen de vergunning te handelen, maar deze verweren werden verworpen. Het hof verklaarde verdachte schuldig aan de bewezenverklaarde feiten en veroordeelde haar tot een geldboete van €30.000 en een voorwaardelijke stillegging van haar onderneming voor zes maanden. De vrijspraak van één tenlastegelegd feit bleef in stand.
Het hof achtte het tijdsverloop tussen het instellen van het hoger beroep en de uitspraak niet onredelijk en hield rekening met eerdere veroordelingen van verdachte. De strafoplegging was in overeenstemming met de ernst van de feiten en de maatschappelijke belangen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €30.000 en een voorwaardelijke stillegging van de onderneming voor zes maanden.