ECLI:NL:GHARN:2011:BU3262
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- V. van den Brink
- A.A. van Rossum
- C.J. Laurentius-Kooter
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake geschil over referentiewerken bij overheidsaanbesteding rioleringswerken
Deze zaak betreft een hoger beroep in kort geding over een geschil tussen Van Heteren Weg- en Waterbouw B.V. en de Gemeente Enschede en Temmink Infra en Milieu B.V. naar aanleiding van een Europese openbare aanbesteding voor rioleringswerken. Van Heteren had de laagste inschrijving gedaan, maar werd door de Gemeente uitgesloten wegens het niet voldoen aan de vakbekwaamheidseisen, met name de eis van referentiewerken van 'gelijke aard' en 'gelijke omvang'.
Van Heteren stelde dat de Gemeente de eisen na inschrijving onrechtmatig had verzwaard en vorderde onder meer een verbod op gunning aan Temmink en heraanbesteding. Het hof oordeelde dat het werk inmiddels voor meer dan 90% was uitgevoerd, waardoor de verbodsvorderingen niet toewijsbaar waren. Het belang van Van Heteren beperkte zich tot een proceskostenbelang en een declaratoire verklaring omtrent schadevergoeding, welke niet geschikt was voor kort geding.
Het hof stelde vast dat de referentiewerken van Van Heteren niet voldeden aan het criterium van 'gelijke aard', ook niet wanneer de nadere door de Gemeente geformuleerde criteria werden meegewogen. De door Van Heteren ingediende referentiewerken omvatten onvoldoende rioleringswerkzaamheden van substantie. Ook referentiewerken van Reef Infra B.V. konden niet aan Van Heteren worden toegerekend. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde Van Heteren in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van Van Heteren af wegens het niet voldoen aan referentie-eisen en het ontbreken van belang bij verbodsvorderingen.