ECLI:NL:GHARN:2011:BU6649
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.J.H. van Suilen
- C.M. Ettema
- M.J. Peters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep WOZ-waardebepaling bedrijfsobjecten en gronden gemeente IJsselstein
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waardebeschikkingen van drie bedrijfsobjecten in de gemeente IJsselstein, vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2008. De Rechtbank Utrecht had het bezwaar deels gegrond verklaard en de waarden van object 1 en 2 verlaagd, terwijl de waarde van object 3 ongewijzigd bleef. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het Hof Arnhem beoordeelde de taxatierapporten en vergelijkingsobjecten die door de Ambtenaar waren gebruikt. Het Hof oordeelde dat de vergelijkingsobjecten voor object 1 onvoldoende vergelijkbaar waren vanwege verschillen in bouwtype, ligging en nutsvoorzieningen. Ook was de verkoopdatum van een vergelijkingsobject te ver van de waardepeildatum verwijderd om als goede referentie te dienen. Belanghebbende had onvoldoende onderbouwd waarom zijn lagere waarde aannemelijk was.
Voor de bedrijfsobjecten 2 en 3 was de agrarische grond niet langer in geschil, maar de waardering van de bedrijfsgrond wel. Het Hof stelde vast dat de marktwaarde van deze gronden hoger ligt dan de agrarische grondprijzen in de taxatiewijzer, vanwege de bredere bedrijfsbestemming. Het Hof stelde de waarde van de gronden bij object 2 en 3 daarom vast op respectievelijk € 27,50 en € 32,50 per m², lager dan de Ambtenaar had vastgesteld.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank voor de waardering van objecten 2 en 3 en stelde deze waarden lager vast. De waarde van object 1 bevestigde het Hof op € 520.000. Tevens gelastte het Hof dat de gemeente het betaalde griffierecht van € 111 aan belanghebbende vergoedt. De uitspraak werd gedaan op 22 november 2011 te Arnhem.
Uitkomst: WOZ-waarden van objecten 2 en 3 worden verlaagd, waarde object 1 bevestigd, griffierecht vergoed.