ECLI:NL:GHARN:2011:BU6984
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woning wegens huurachterstand
Het geschil betreft de ontbinding van een huurovereenkomst tussen [appellante] als verhuurder en [geïntimeerde] als huurder van een woning. De huurovereenkomst was aangegaan voor één jaar en liep stilzwijgend door voor onbepaalde tijd. Na tijdige betaling tot en met maart 2010 ontstond een huurachterstand doordat de huurder in april en mei 2010 niet betaalde, gevolgd door gedeeltelijke betalingen in juni en augustus.
In eerste aanleg wees de kantonrechter de vordering tot ontbinding en ontruiming af, maar veroordeelde de huurder tot betaling van een deel van de achterstallige huur en proceskosten. Het hof stelde vast dat de huurachterstand inmiddels drie maanden bedroeg en dat de huurder herhaaldelijk te laat betaalde. Dit rechtvaardigt volgens het hof ontbinding van de huurovereenkomst.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter, behalve de proceskostenveroordeling, en veroordeelde de huurder tot ontruiming binnen zes weken na betekening van het arrest. Tevens werd de huurder veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur over juli tot en met september 2010, vermeerderd met wettelijke rente, en tot betaling van de huurprijs voor iedere maand dat hij na ontbinding nog in de woning verblijft. De gevorderde contractuele boete werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof benadrukte dat de verhuurder prudenterwijs met de ontruimingstitel om moet gaan, bijvoorbeeld indien de huurachterstand is ingelopen of een afbetalingsregeling wordt nagekomen. De vordering om zelf ontruiming met inzet van de sterke arm uit te voeren werd afgewezen omdat dit niet op de wet berust.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur met rente.