ECLI:NL:GHARN:2011:BV0377
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ondernemersfaciliteiten wegens niet voldoen aan urencriterium in familiefirma autoschadeherstel
Belanghebbende, firmant in een autoschadeherstelbedrijf in de vorm van een vennootschap onder firma, stelde dat zij in de jaren 2002 tot en met 2005 ten minste 1225 uren per jaar aan werkzaamheden voor de onderneming had besteed en dat deze werkzaamheden niet hoofdzakelijk van ondersteunende aard waren. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat belanghebbende niet aan het urencriterium voldeed, dat haar werkzaamheden hoofdzakelijk ondersteunend waren en dat sprake was van een ongebruikelijk samenwerkingsverband.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende geen urenregistratie had bijgehouden over de jaren in geschil en dat de overgelegde urenregistratie over 2011 niet relevant was. De werkzaamheden die belanghebbende verrichtte, zoals acquisitie, administratie, klantencontact en schoonmaak, werden als ondersteunend aangemerkt. Hoewel schadecalculaties als omzetgenererend werden beschouwd, heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat zij deze werkzaamheden in voldoende mate verrichtte.
Verder kon belanghebbende niet aannemelijk maken dat het samenwerkingsverband tussen haar en haar echtgenoot niet ongebruikelijk was. Het Hof concludeerde dat belanghebbende niet aan het urencriterium van artikel 3.6 Wet IB 2001 voldeed en bevestigde daarmee de uitspraak van de Rechtbank Arnhem. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen en heffingsrenten bleven gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen blijven gehandhaafd.