ECLI:NL:GHARN:2011:BV0747
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen verpachters wegens ontbreken herziening pachtprijs en niet-ontvankelijkheid
In deze zaak gaat het om een pachtovereenkomst uit 1974 tussen de rechtsvoorganger van de verpachters en de pachters betreffende grasland en opstallen. De eigendom van het grasland en de opstallen is inmiddels gesplitst, waarbij verpachters gezamenlijk eigenaar zijn van het grasland en één verpachter eigenaar is van de opstallen.
Verpachters vorderden ontbinding van de pachtovereenkomst en betaling van achterstallige pachtpenningen. De pachtkamer wees in eerste aanleg een deel van de vordering toe en stelde een voorwaardelijke ontbinding van de pachtovereenkomst vast. Het hof vernietigt dit vonnis omdat geen verzoek tot herziening van de pachtprijs is gedaan conform artikel 7:333 lid 2 of Pro 3 BW, waardoor de pachtprijs niet gesplitst kon worden.
Daarnaast oordeelt het hof dat verpachters in hun vorderingen niet-ontvankelijk zijn omdat zij uitsluitend in hun hoedanigheid van eigenaren van het grasland zijn opgetreden en niet tevens als eigenaar van de opstallen. Pachters zijn niet in verzuim omdat verpachters hen niet de mogelijkheid hebben geboden om de pachtprijs voor grasland en opstallen gezamenlijk te voldoen.
Het hof wijst de vorderingen van verpachters daarom volledig af, vernietigt het vonnis van 9 september 2010 en veroordeelt verpachters in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van verpachters af en veroordeelt hen in de proceskosten.