ECLI:NL:GHARN:2012:BV1881
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep executiegeschil over verbeurde dwangsommen in faillissementscuratele
In deze zaak staat centraal of Vistra en [X] dwangsommen hebben verbeurd wegens het niet of onvoldoende nakomen van geboden uit een kort gedingvonnis van 14 januari 2010. Dit vonnis bevatte onder meer geboden om pandrechten op aandelen Ecogarant op te heffen en medewerking te verlenen aan aandelenlevering.
De curatoren in het faillissement van Partrust Beheer B.V. stelden dat Vistra en [X] dwangsommen hadden verbeurd, terwijl Vistra en [X] betoogden dat zij zich voldoende hadden ingespannen. Het hof overwoog dat het gebod onder 6.1 zich uitsluitend tot [E] en [F] richtte, zodat dwangsommen jegens Vistra en [X] daarvoor niet van toepassing zijn.
Ten aanzien van het opheffen van pandrechten (6.2 sub a) oordeelde het hof dat Vistra en [X] voldoende inspanningen hadden verricht, maar dat de medewerking van financiers SFO en Scarlet noodzakelijk was en zij die medewerking niet verleenden. De curatoren konden niet aannemelijk maken dat Vistra en [X] meer hadden kunnen doen. Ook het gebod onder 6.3 tot medewerking aan levering van aandelen werd niet tekortgeschoten door Vistra en [X].
Het hof bevestigde het oordeel van de voorzieningenrechter dat Vistra en [X] geen dwangsommen hebben verbeurd en dat de executoriale beslagen ten onrechte waren gelegd. De dwangsommen ten laste van Vistra en [X] werden opgeheven. De curatoren werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat Vistra en [X] geen dwangsommen hebben verbeurd en heft de dwangsommen ten laste van hen op.