ECLI:NL:GHARN:2012:BV3567
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.C.M. de Kroon
- A.J.H. van Suilen
- A.J. Kromhout
- Rechtspraak.nl
Waarde bepaling woning in successierecht bij persoonlijk recht van gebruik en bewoning
Belanghebbende erfde samen met haar zuster onroerende zaken belast met een persoonlijk recht van gebruik en bewoning, voortvloeiend uit een legaat aan voormalige huurders. De kern van het geschil was of bij de waardebepaling voor het successierecht rekening moet worden gehouden met de verhuurde staat van de woningen of dat de waarde in vrij opleverbare staat moet worden gehanteerd.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarna zij hoger beroep instelde. Het Hof overwoog dat de wetgever met artikel 21, elfde lid, van de Successiewet een waardering in vrij opleverbare staat beoogt, ongeacht of de bewoning berust op huurrecht, vruchtgebruik of een ander afdwingbaar recht. Het persoonlijk recht van gebruik en bewoning dat de voormalige huurders verkregen, leidt ertoe dat het huurcontract met terugwerkende kracht is beëindigd en er geen sprake is van verhuurde staat aan een derde.
Het Hof verwierp het argument dat het recht van gebruik en bewoning pas werkt na inschrijving in het kadaster. Omdat het persoonlijk recht in de waardebepaling is verwerkt, is dubbele heffing uitgesloten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de waarde van de woning in vrij opleverbare staat moet worden bepaald.