ECLI:NL:GHARN:2012:BV6152
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Berekening belastingvermindering BPM strijdig met Europees recht
Belanghebbende heeft twee gebruikte personenauto's ingevoerd en daarvoor BPM betaald. Hij maakte bezwaar tegen de hoogte van de BPM, waarop de Inspecteur de bezwaren ongegrond verklaarde. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en stelde de terug te geven bedragen vast.
De Inspecteur ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en voerde aan dat de rest-BPM moest worden berekend op basis van afschrijving volgens inkoopprijzen van handelaren en dat de BPM bij uitvoer als referentie diende. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de procentuele vermindering in strijd was met het Europese recht.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de wijze van berekening van de belastingvermindering strijdig is met artikel 110 VWEU Pro. Het hof vond de vergelijking met de BPM bij uitvoer niet relevant omdat het hier ging om rest-BPM van reeds geregistreerde auto's die niet worden uitgevoerd. Wel paste het hof de terug te geven bedragen aan op basis van de tarieven bij eerste ingebruikneming van de auto's.
Daarnaast veroordeelde het hof de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak werd gedaan op 7 februari 2012 en is openbaar gemaakt. Beide partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof stelt het terug te geven bedrag voor één auto vast op € 1.768 en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten.