ECLI:NL:GHARN:2012:BV7577
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R.A.V. Boxem
- M.G.J.M. van Kempen
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over winstverwachting en persoonsgebonden aftrek bij kunstenaar
Belanghebbende, een kunstenaar die door een ongeval zijn oude beroep niet meer kon uitoefenen, voerde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem inzake zijn inkomstenbelastingaanslagen over 2005 en 2006. Hij stelde dat zijn activiteiten als kunstenaar een bron van inkomen vormden en dat hij recht had op verliesverrekening en persoonsgebonden aftrek voor extra kosten door ziekte van zijn echtgenote.
Het hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij met zijn kunstactiviteiten een positieve winstverwachting mocht hebben. Dit werd bevestigd door het feit dat hij sinds 2002 geen positief resultaat behaalde. Ook de door belanghebbende opgevoerde verwachtingen voor latere jaren waren te onzeker. Daarnaast werden de extra kosten voor kleding, beddengoed en thuiszorg wegens ziekte van zijn echtgenote niet aannemelijk gemaakt.
Het hof oordeelde dat het op belanghebbende rustte om aannemelijk te maken dat hij een in rechte te honoreren vertrouwen had dat hij als ondernemer zou worden aangemerkt, hetgeen niet was gelukt. De stelling van een toezegging door een medewerker van de Belastingdienst werd gemotiveerd betwist. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees de beroepen ongegrond.
De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem op 21 februari 2012, waarbij geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende geen objectieve winstverwachting had en wijst persoonsgebonden aftrek af, waardoor de aanslagen en heffingsrente van de rechtbank worden bevestigd.