ECLI:NL:GHARN:2012:BW1626
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen Finata Bank wegens twijfel aan handtekening onder afrekeningsnota
In deze civiele zaak stond centraal of de geïntimeerde een lening had afgesloten bij Finata Bank en verplicht was tot terugbetaling. De geïntimeerde betwistte de echtheid van de handtekening onder de afrekeningsnota van 14 december 2001, terwijl de handtekening onder de kredietovereenkomst wel door een deskundige als waarschijnlijk authentiek was beoordeeld.
De geïntimeerde verklaarde slechts één handtekening te hebben geplaatst onder een brief van de Diemen Adviesgroep en ontkende de handtekeningen onder de leningsovereenkomst en afrekeningsnota te hebben gezet. Het hof stelde vast dat de handtekening onder de afrekeningsnota op enkele punten afweek van de andere handtekeningen van de geïntimeerde.
Een deskundigenonderzoek naar de handtekening onder de afrekeningsnota kon niet doorgaan omdat het origineel document niet meer beschikbaar was. Dit werd voor risico van Finata Bank gehouden, die het origineel geacht moest worden te bezitten.
Het hof oordeelde dat de geïntimeerde voldoende tegenbewijs had geleverd om het voorshands bewezen geachte feit te ontzenuwen dat de handtekening onder de afrekeningsnota van haar afkomstig was. Hierdoor werd dit feit niet bewezen geacht en werden de vorderingen van Finata Bank afgewezen. Finata Bank werd veroordeeld in de kosten van de procedure in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen van Finata Bank worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de handtekening onder de afrekeningsnota van de geïntimeerde afkomstig is.