ECLI:NL:GHARN:2012:BW1788
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtvaardigde verwachting en wijziging convenant in alimentatiegeschil
In deze zaak staat de geldigheid van een niet-ondertekend aanvullend convenant centraal, waarin de alimentatieverplichtingen tussen partijen zijn gewijzigd. Het hof acht aannemelijk dat partijen bij een viergesprek op 2 februari 2006 tot overeenstemming zijn gekomen over de wijziging, ondanks het ontbreken van ondertekening. De vrouw heeft onvoldoende bewijs geleverd om dit te betwisten en heeft bovendien lange tijd de gewijzigde betalingen geaccepteerd.
De vrouw verzocht om wijziging van de alimentatie met terugwerkende kracht, maar het hof volgt de rechtbank in de beslissing dat de wijziging niet vóór de dag van het verzoek (7 januari 2010) kan ingaan. De draagkrachtberekeningen van de rechtbank worden grotendeels overgenomen, waarbij de man voldoende draagkracht heeft om zowel de kinderalimentatie als partneralimentatie te voldoen. De vrouw heeft aannemelijk gemaakt dat zij geen draagkracht heeft om bij te dragen aan de kosten van de kinderen.
De rechtbank heeft rekening gehouden met bijzondere omstandigheden zoals advocaatkosten en dubbele woonlasten, welke het hof grotendeels bevestigt, inclusief het maken van knippen in de draagkrachtberekening per 7 januari 2011 en 1 januari 2012. De vrouw heeft haar behoefte aan partneralimentatie onvoldoende onderbouwd, maar het hof gaat uit van een redelijke behoefte die niet hoger is dan de reeds vastgestelde bijdrage van € 382,- per maand.
De klachten van de man over het gedrag van de vrouw en het verzoek tot kostenveroordeling worden afgewezen, waarbij ieder de eigen proceskosten draagt. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, waarbij de niet-ondertekende wijziging van het convenant geldig wordt geacht.