ECLI:NL:GHARN:2012:BW4251
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake ontvankelijkheid beroep tegen belastingaanslagen en vaststellingsovereenkomst
Belanghebbende was eigenaar en werknemer van een BV die belastingaanslagen over de jaren 1996 tot en met 1999 ontving. Tegen deze aanslagen en opgelegde boetes werden bezwaarschriften ingediend en een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen de gemachtigde van belanghebbende en de Inspecteur. De Inspecteur heeft vervolgens de aanslagen en boetes verminderd conform deze overeenkomst en de uitspraken op bezwaar aan de gemachtigde bekendgemaakt.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat geen uitspraken op bezwaar waren gedaan of dat hij deze niet had ontvangen, en dat hij daarom niet gebonden was aan de vaststellingsovereenkomst. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de uitspraken op bezwaar op de juiste wijze waren gedaan en bekendgemaakt aan de gemachtigde. Belanghebbende had de ontvangst niet betwist en erkende de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst.
Het Hof concludeerde dat de beroepstermijn was begonnen te lopen op het moment van bekendmaking en dat het beroep van belanghebbende te laat was ingediend zonder geldige reden voor verzuim. Daarom was het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard door de Rechtbank. Ook bij veronderstelling van het ontbreken van uitspraken of ontvangst zou het beroep alsnog niet-ontvankelijk zijn wegens onredelijke termijnoverschrijding.
Het Hof wees het beroep van belanghebbende af en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank Arnhem.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn na rechtsgeldige bekendmaking van uitspraken op bezwaar.