ECLI:NL:GHARN:2012:BW4844
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- M.G.W.M. Stienissen
- D. van Emden
- J.A. Jansens van Gellicum
- H.K.C. Roelofsen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kwalificatie pachtovereenkomst versus huurovereenkomst bij niet-bedrijfsmatig gebruik van landbouwgrond
In deze zaak staat centraal of een overeenkomst betreffende het gebruik van een hoeve en weiland moet worden gekwalificeerd als pacht of huur. Partijen sloten in 2001 een pachtovereenkomst, maar de gebruiker stelde dat hij nooit een agrarische onderneming heeft gehad en de percelen niet bedrijfsmatig heeft benut. Dit werd door de eigenaresse niet gemotiveerd betwist.
Het hof verwijst naar het nieuwe pachtrecht dat sinds 1 september 2007 geldt, waarin pacht alleen geldt bij bedrijfsmatige landbouw. Omdat partijen niet beoogden dat de percelen voor bedrijfsmatige landbouw zouden worden gebruikt, kwalificeert het hof de overeenkomst als huurovereenkomst. Hierdoor is het hof onbevoegd om van de zaak kennis te nemen en verwijst het de zaak naar de kantonrechter.
De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De kosten van het incident worden aan de zijde van de gebruiker aan de eigenaresse opgelegd. De beslissing omtrent de kosten van de eerste aanleg wordt gereserveerd tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de kantonrechter wegens kwalificatie van de overeenkomst als huurovereenkomst.