ECLI:NL:GHARN:2012:BW5496
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- Th.C.M. Willemse
- P.H. Veling
- J.A. Jansens van Gellicum
- H.B.M. Duenk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling persoonlijke betrokkenheid pachtster bij landbouwkundige exploitatie en ontbinding pachtovereenkomst
In deze civiele zaak stond centraal of pachtster persoonlijk voldoende betrokken was bij de landbouwkundige exploitatie van de verpachte percelen, en of dit ontbinding van de pachtovereenkomst rechtvaardigde.
Het hof nam de feiten en omstandigheden in ogenschouw, waaronder de bedoeling van partijen bij het aangaan van de pachtovereenkomsten in 1988 en 1993. Het hof concludeerde dat partijen niet verwachtten dat pachtster zelf het voortouw zou nemen, maar dat haar betrokkenheid als echtgenote van de pachter in algemene zin volstond. Pachtster verrichtte administratieve werkzaamheden en overlegde regelmatig met haar echtgenoot, hetgeen voldoende werd geacht.
Verder werd een betalingsachterstand erkend, maar deze was eenmalig en niet voldoende voor ontbinding. Ook onderpachtovereenkomsten en de vermeende maatschap tussen pachtster en haar echtgenoot veranderden niets aan de feitelijke bedrijfsvoering. Het hof oordeelde dat geen tekortkoming bestond die ontbinding rechtvaardigde en bekrachtigde de vonnissen van de rechtbank.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de pachtovereenkomst wordt afgewezen en de eerdere vonnissen worden bekrachtigd.