ECLI:NL:GHARN:2012:BW6260
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorwaarde geruisloze omzetting voor buitenlandse belastingplichtige wegens strijd met gelijkheidsbeginsel en vrijheid van vestiging
Belanghebbende, een in Duitsland woonachtige belastingplichtige, bracht haar onderneming geruisloos in een Nederlandse BV in en verzocht toepassing van de fiscale faciliteit van artikel 3.65 Wet inkomstenbelasting 2001. De Inspecteur stelde een extra voorwaarde (voorwaarde 8) aan buitenlandse belastingplichtigen, die een conserverende aanslag en uitstel van betaling regelt om verlies van de aanmerkelijkbelangclaim te voorkomen.
Belanghebbende betwistte de rechtmatigheid van deze voorwaarde, stellende dat deze in strijd is met het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en de vrijheid van vestiging (art. 24, tweede lid, van het belastingverdrag met Duitsland en art. 49 VWEU Pro). Het Hof oordeelde dat de voorwaarde inderdaad bezwarender is dan de voorwaarden die aan binnenlandse belastingplichtigen worden gesteld, zonder objectieve rechtvaardiging.
Het Hof vernietigde daarom de uitspraak van de Rechtbank en de beschikking op bezwaar, en beval de Inspecteur om binnen zes weken opnieuw uitspraak te doen. Tevens veroordeelde het Hof de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van €874 en gelastte vergoeding van griffierechten. De uitspraak werd gedaan door het Hof Arnhem op 8 mei 2012.
Uitkomst: De voorwaarde 8 is onrechtmatig gesteld en de Inspecteur is opgedragen opnieuw uitspraak te doen op het bezwaar.