ECLI:NL:GHARN:2012:BW6275
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag gemeentelijke bouw- en welstandleges wegens onvoldoende bewijs heffingsgrondslag
Belanghebbende diende een aanvraag in voor een reguliere bouwvergunning voor de renovatie van een monumentaal pand met geraamde bouwkosten van €250.000. De gemeente legde bouw- en welstandleges op van €6.413,40, gebaseerd op deze bouwkosten. Belanghebbende betwistte de aanslag en stelde dat alleen de vergunningplichtige bouwkosten van €39.369,99 in aanmerking moesten worden genomen, en dat een lichte bouwvergunning volstond.
De Rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem. Het Hof oordeelde dat de gemeente onvoldoende bewijs had geleverd van de heffingsgrondslag en dat de bouwkosten moesten worden beperkt tot de vergunningplichtige werkzaamheden. Tevens werd vastgesteld dat een lichte bouwvergunning volstond, waardoor de leges aanzienlijk moesten worden verminderd.
Daarnaast oordeelde het Hof dat het griffierecht in eerste aanleg ten onrechte te hoog was geheven en gelastte restitutie van het teveel betaalde griffierecht. Het Hof veroordeelde de gemeente tevens tot vergoeding van proceskosten van belanghebbende. De aanslag werd verminderd tot €960,25.
Uitkomst: De aanslag gemeentelijke bouw- en welstandleges wordt verminderd tot €960,25 wegens onvoldoende bewijs van de heffingsgrondslag door de gemeente.