ECLI:NL:GHARN:2012:BW6418
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dwangsom en kostenveroordeling bij handhaving bouwvergunning
Appellant is eigenaar van een perceel waarop een schuur stond die zonder geldige bouwvergunning werd gebruikt als atelier/expositieruimte. De gemeente weigerde de gevraagde vergunning en legde een last onder dwangsom op tot verwijdering of reductie van de bebouwde oppervlakte. De rechtbank stelde de dwangsom vast op €60.000 en verklaarde het beroep van appellant tegen het dwangsombesluit deels ongegrond en deels gegrond, waarbij het bedrag werd verlaagd.
Appellant betaalde de dwangsom niet, waarna de gemeente een dwangbevel uitvaardigde. Appellant verzocht de rechtbank hem te ontheffen van het dwangbevel, maar dit werd afgewezen. In hoger beroep voerde appellant aan dat de uitspraak waarbij de dwangsom werd vastgesteld niet rechtsgeldig bekend was gemaakt en dat de dwangsom daarom niet in werking was getreden.
Het hof oordeelde dat de last onder dwangsom formele rechtskracht heeft en dat de uitspraak van de rechtbank direct in werking treedt, ook zonder formele bekendmaking aan appellant zelf. Het bewijsaanbod van appellant dat er een regeling zou zijn getroffen werd verworpen. Ook de invorderingskosten werden door het hof als redelijk en toewijsbaar aan de gemeente beoordeeld.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Zutphen en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het beroep van appellant af, inclusief de dwangsom en invorderingskosten.