ECLI:NL:GHARN:2012:BW7252
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen
Belanghebbende was tegen navorderingsaanslagen en vergrijpboetes voor de jaren 2003, 2004 en 2005 in bezwaar gegaan. De Inspecteur verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk wegens te late indiening. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank, die de beroepen eveneens niet-ontvankelijk verklaarde vanwege overschrijding van de beroepstermijn.
Het Hof oordeelde dat de beroepen tegen de navorderingsaanslagen terecht niet-ontvankelijk zijn omdat de beroepschriften te laat zijn ontvangen. De stelling van belanghebbende dat de gemachtigde te laat was in het instellen van beroep, werd niet aanvaard als verschoonbare termijnoverschrijding. Ook de verhuizing van belanghebbende en de complexiteit van de procedures boden geen grond voor uitzondering.
Ten aanzien van de vergrijpboeten stelde het Hof vast dat de Inspecteur geen uitspraak op bezwaar had gedaan, waardoor sprake is van een fictieve weigering. Het Hof verklaarde de beroepen tegen de navorderingsaanslagen niet-ontvankelijk, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor behandeling van de beroepen tegen de fictieve weigeringen inzake de boetes. Tevens werden proceskosten toegekend aan belanghebbende.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen zijn niet-ontvankelijk verklaard en de zaak is terugverwezen voor behandeling van beroepen tegen fictieve weigeringen inzake vergrijpboeten.