ECLI:NL:GHARN:2012:BW7512
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W. Breemhaar
- M.M.A. Wind
- B.J.H. Hofstee
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verdeling vermogensvermeerdering en uitvoering huwelijkse voorwaarden bij ontbinding maatschap
Partijen, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, wijzigden hun huwelijksgoederenregime in 1997 naar uitsluiting van gemeenschap met een deelgenootschap voor vermogensvermeerdering. In 1998 richtten zij een maatschap op. In 2005 maakten zij een vermogensopstelling en sloten een intentieovereenkomst voor ontbinding van de maatschap en overdracht van het aandeel van de vrouw aan de man.
De vrouw vorderde in eerste aanleg onder meer uitvoering van de huwelijkse voorwaarden en verdeling van de vermogensvermeerdering, wat werd afgewezen door de rechtbank. In hoger beroep staat centraal of partijen in 2005 de vermogensrechtelijke afwikkeling conform de huwelijkse voorwaarden hebben vastgelegd en of de peildatum van 1 januari 2005 terecht is gekozen.
Het hof oordeelt dat de opgestelde vermogensverdeling per 1 januari 2005 een sterke aanwijzing is dat partijen zowel het maatschapsvermogen als het privévermogen vermogensrechtelijk hebben willen afwikkelen conform de huwelijkse voorwaarden. De vrouw wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs, onder meer door getuigenverhoor, over de vraag of de afwikkeling daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en of de peildatum juist is.
De zaak wordt aangehouden voor het vaststellen van getuigenverhoor en verdere beslissing. Het hof wijst op de wettelijke bepalingen omtrent pensioenverrekening en stelt dat geen aanvullende afspraken nodig zijn. De man wordt veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording en het verlenen van medewerking aan de verdeling.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor zover de vorderingen van de vrouw zijn afgewezen en staat haar toe tegenbewijs te leveren; de zaak wordt aangehouden voor getuigenverhoor en verdere beslissing.