ECLI:NL:GHARN:2012:BW7830
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vennootschapsbelasting: verliesvaststelling en navorderingsaanslag
Belanghebbende, een Belgische vennootschap, voerde hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Breda inzake vennootschapsbelasting voor de jaren 2003, 2004 en 2005. De Hoge Raad verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem ter verdere behandeling.
Partijen bereikten tijdens de zitting een compromis waarbij werd aangenomen dat belanghebbende in Nederland een materiële onderneming dreef via een vaste inrichting, waardoor zij buitenlands belastingplichtig was. Op basis hiervan werden de verliesvaststellingsbeschikkingen over 2003 en 2005 aangepast naar respectievelijk €14.370 en €83.309.
De navorderingsaanslag over 2004 werd verminderd door aftrek van diverse kosten en verrekening van verliezen uit 2003 en 2005, wat resulteerde in een belastbaar bedrag van €153.716. Het Hof vernietigde de eerdere uitspraken en besliste dat belanghebbende recht heeft op vergoeding van proceskosten van €3.881,25 en griffierechten van €732.
De uitspraak werd op 30 mei 2012 gedaan door het Hof Arnhem, waarbij de Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en de eerdere beslissingen werden vernietigd.
Uitkomst: Het Hof stelt de verliezen over 2003 en 2005 nader vast, vermindert de navorderingsaanslag 2004 en veroordeelt de Inspecteur in proceskosten.