ECLI:NL:GHARN:2012:BW9383
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- J.H. Lieber
- G.J. Rijken
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet bereiken appelgrens proceskostenveroordeling
In deze zaak vorderde appellant in kort geding dat aan een omgangsregeling een dwangsom zou worden verbonden voor het niet naleven daarvan door geïntimeerde, met veroordeling in de proceskosten. De voorzieningenrechter in de rechtbank Zutphen wees het verzoek af en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Appellant kwam hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem. Het hof onderzocht ambtshalve of appellant ontvankelijk was in hoger beroep, gelet op de appelgrens van artikel 332 lid 1 Rv Pro. Deze grens is van toepassing op vorderingen die niet hoger zijn dan € 1.750, waarbij proceskosten niet worden meegeteld.
Het hof stelde vast dat appellant tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg alle vorderingen had ingetrokken behalve de proceskostenveroordeling. Omdat proceskosten niet meetellen voor de appelgrens, werd de waarde van de vordering nihil geacht. Hierdoor was de appelgrens niet bereikt en was appellant niet-ontvankelijk.
Het hof wees het hoger beroep af en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep, die werden vastgesteld op € 912. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor zover het de proceskostenveroordeling betreft.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het niet bereiken van de appelgrens en veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.