ECLI:NL:GHARN:2012:BX0383
Gerechtshof Arnhem
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot herroeping arrest aansprakelijkstelling vennoot voor belastingschulden VOF
Appellant vorderde herroeping van het arrest van 13 september 2005, waarin het hof haar aansprakelijk stelde voor naheffingsaanslagen loon- en omzetbelasting opgelegd aan de vennootschap onder firma (VOF) waarvan zij vennoot was. Zij stelde dat de Belastingdienst (de Ontvanger) bedrog had gepleegd en stukken van beslissende aard had achtergehouden, met name over de vraag of de VOF per 1 juli 1999 was overgegaan in een besloten vennootschap (BV).
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende concreet had onderbouwd waarom en op basis van welke gegevens de Ontvanger op de hoogte had moeten zijn van het feit dat de VOF niet was ingebracht in de BV. Tevens ontbrak een duidelijke aanwijzing dat de Ontvanger stukken had achtergehouden. Appellant beschikte zelf over de relevante stukken, maar had deze niet overgelegd.
Verder verwierp het hof het beroep op een conceptrapport van de Belastingdienst dat stelde dat geen geruisloze inbreng had plaatsgevonden, aangezien dit was achterhaald door een definitief rapport waarin werd bevestigd dat de onderneming vanaf 1 juli 1999 als BV werd gedreven. Ook het betoog dat de notaris betrokken bij de oprichting van de BV’s niet alle documenten had verstrekt, werd verworpen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen voor betrokkenheid van de Ontvanger.
De vordering tot herroeping werd daarom afgewezen en appellant werd veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: De vordering tot herroeping van het arrest wordt afgewezen en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.