ECLI:NL:GHARN:2012:BX6194
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- E.J. van Sandick
- G.J. Knijp
- P. Kuipers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepasselijkheid arbitraal beding in aannemingsovereenkomst via bestek
In deze zaak stond centraal of een arbitraal beding, opgenomen in het bestek dat betrekking heeft op een aannemingsovereenkomst, van toepassing is en daarmee de gewone rechter onbevoegd is om kennis te nemen van het geschil. De appellant, een besloten vennootschap, vorderde betaling van een restant aanneemsom, maar de wederpartij stelde zich op het standpunt dat het geschil aan arbitrage moest worden voorgelegd vanwege het arbitraal beding in het bestek.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat op basis van correspondentie tussen partijen mocht worden aangenomen dat een arbitraal beding gold, maar liet open of het bestek van meet af aan deel uitmaakte van de overeenkomst. Het hof bevestigde dat het bestek, gedateerd vóór de contractsluiting, mede aan de overeenkomst ten grondslag lag. Dit werd ondersteund door verwijzingen in de open begroting, correspondentie en gedragingen van partijen.
Het hof oordeelde dat de appellant zich niet met succes kon verzetten tegen de toepasselijkheid van het arbitraal beding. De wederpartij mocht te goeder trouw aannemen dat het bestek en het arbitraal beding onderdeel waren van de overeenkomst. De grief van appellant dat het bestek geen onderdeel uitmaakte van de overeenkomst, werd verworpen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart de gewone rechter onbevoegd wegens toepasselijkheid van het arbitraal beding en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.