ECLI:NL:GHARN:2012:BX7366

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
20 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
TBS P12/0252
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 EVRMArtikel 67 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging terbeschikkingstelling ondanks ontvankelijkheidsverweer tegen verlengingsadvies

In deze zaak stond de verlenging van een terbeschikkingstelling (TBS) centraal. De terbeschikkinggestelde was in hoger beroep gegaan tegen de beslissing van de rechtbank Utrecht tot verlenging van zijn TBS met twee jaar. Het verweer richtte zich met name op de ontvankelijkheid van de officier van justitie, omdat het verlengingsadvies van de kliniek van 3 februari 2010 niet was ondertekend door een bevoegde medical expert, maar door een onbevoegde psychiater.

Het hof overwoog dat hoewel het verlengingsadvies inderdaad door een onbevoegde psychiater was ondertekend, de voorlaatste verlengingsbeslissing van 2 september 2010 inmiddels onaantastbaar was. Bovendien was het meest recente verlengingsadvies wel ondertekend door een bevoegde psychiater. Hierdoor had het gebrek in het eerdere advies geen gevolgen voor de huidige verlengingsbeslissing.

De raadsvrouw van de terbeschikkinggestelde voerde daarnaast aan dat onvoldoende was aangetoond dat het recidiverisico hoog genoeg was om een verlenging van twee jaar te rechtvaardigen en stelde voor de TBS slechts met één jaar te verlengen, met nader onderzoek naar mogelijke overgang naar een minder beveiligde behandelomgeving. Het hof oordeelde echter dat de rechtbank Utrecht op juiste gronden had beslist en bevestigde de verlenging met twee jaar.

De officier van justitie werd door het hof ontvankelijk verklaard in zijn vordering. De beslissing van de rechtbank werd met overneming van de gronden bevestigd, waarmee de verlenging van de terbeschikkingstelling ongewijzigd bleef.

Uitkomst: De verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt bevestigd en het ontvankelijkheidsverweer verworpen.

Uitspraak

TBS P12/0252
Beslissing d.d. 20 augustus 2012
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
verblijvende in [TBS-kliniek].
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Utrecht van 21 mei 2012, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van hoger beroep van de terbeschikkinggestelde d.d. 4 juni 2012;
- de aanvullende informatie van de [tbs-kliniek], van 27 juli 2012, met als bijlagen de wettelijke aantekeningen over de periode 9 september 2011 tot 21 juli 2012.
Het hof heeft ter zitting van 6 augustus 2012 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr H.S.K. Jap A Joe, advocaat te Utrecht, en de advocaat-generaal
mr G.J. de Haas.
Overwegingen:
Het standpunt van de betrokkene en zijn raadsvrouw
Primair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering tot verlenging. Het verlengingsadvies van de kliniek van 3 februari 2010, dat ten grondslag heeft gelegen aan de verlengingsbeslissing van het hof van 2 september 2010, is niet ondertekend door een medical expert zoals vereist is gelet op artikel 5 EVRM Pro, doch door een onbevoegde psychiater. De verlengingsbeslissing van 2 september 2010 is derhalve onbevoegd genomen. Zodoende kan thans geen verlenging worden gevorderd van een terbeschikkingstelling, die onbevoegd verlengd is en dus onrechtmatig voortduurt.
Subsidiair kan volgens de raadsvrouw uit de voorhanden zijnde stukken onvoldoende worden opgemaakt wat het risico op delictherhaling is. In ieder geval kan niet gesteld worden dat het recidiverisico zodanig hoog is dat een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar aangewezen is. In de voorgaande verlengingsbeslissing van 2 september 2010 heeft het hof de kliniek reeds verzocht om in een volgend verlengingsadvies aandacht te besteden aan de mogelijkheden voor de overgang van betrokkene van de longstay-afdeling naar een behandelafdeling dan wel een andere klinische en beschermde omgeving. Er ligt inmiddels een advies van de Landelijke Adviescommissie Plaatsing (LAP). De kliniek en de LAP verschillen van mening over het beveiligingsniveau van de omgeving waarin betrokkene zal moeten verblijven. De raadsvrouw bepleit daarom dat de terbeschikkingstelling met slechts één jaar dient te worden verlengd en dat in dat jaar onderzoek dient plaats te vinden of betrokkene van de longstay-afdeling naar een behandelafdeling of een andere klinische en beschermde omgeving kan overgaan.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Volgens de advocaat-generaal is de officier van justitie ontvankelijk in zijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De voorlaatste verlengingsbeslissing staat in rechte vast. Gelet op de onaantastbaarheid van de eerdere procedure, heeft het gebrek, dat het eerdere verlengingsadvies ondertekend is door een onbevoegde psychiater, geen consequenties voor de huidige verlengingsbeslissing.
De advocaat-generaal vordert dat de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.
Het oordeel van het hof
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vordering constateert het hof dat het voorlaatste verlengingsadvies van de kliniek van 3 februari 2010 is ondertekend door een onbevoegde psychiater. Nu de voorlaatste verlengingsbeslissing van 2 september 2010 inmiddels onaantastbaar is en het meeste recente verlengingsadvies wel door een bevoegde psychiater is ondertekend, heeft dit gebrek geen consequenties voor de huidige verlengingsbeslissing. Het ontvankelijkheidverweer wordt verworpen. De officier van justitie is ontvankelijk in zijn vordering.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd.
Beslissing
Het hof:
Bevestigt de beslissing van de rechtbank Utrecht van 21 mei 2012 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].
Aldus gedaan door
mr E.A.K.G. Ruys als voorzitter,
mr C. Caminada en mr G. Oldekamp als raadsheren,
en prof. dr. W.J. Schudel en dr. W. van Kordelaar als raden,
in tegenwoordigheid van mr B.P. Snijder als griffier,
en op 20 augustus 2012 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.