ECLI:NL:GHARN:2012:BX7875

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
30 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.091.306
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling nihil kinderalimentatie wegens toelating schuldsaneringsregeling

In deze civiele zaak in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem staat de vraag centraal of de man, toegelaten tot de schuldsaneringsregeling (WSNP), nog kinderalimentatie moet betalen voor zijn kinderen. De man had verzocht om de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen per 31 januari 2011 op nihil te stellen.

Het hof heeft in een eerdere tussenbeschikking bepaald dat de man schriftelijk moest melden of de rechter-commissaris rekening hield met de kinderalimentatie bij het vaststellen van het vrij te laten bedrag binnen de schuldsaneringsregeling. Uit de brief van de rechter-commissaris bleek dat dit niet het geval was en dat het verzoek van de man om hiermee rekening te houden werd afgewezen.

Het hof concludeert dat de man daardoor niet over draagkracht beschikt om kinderalimentatie te betalen. Tevens verwerpt het hof het verweer van de vrouw dat de man verwijtbaar werkloos zou zijn geworden, omdat er geen oorzakelijk verband bestaat tussen zijn werkloosheid en de toelating tot de schuldsanering.

Op grond van deze overwegingen vernietigt het hof de bestreden beschikking van de rechtbank Arnhem en wijzigt het de alimentatieverplichting van de man met ingang van 31 januari 2011 naar nihil. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De alimentatieplicht van de man wordt met ingang van 31 januari 2011 op nihil gesteld wegens gebrek aan draagkracht door toelating tot de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM
Sector civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.091.306
(zaaknummer rechtbank 207305 / FA RK 10-12744)
beschikking van de familiekamer van 30 augustus 2012
inzake
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen “de man”,
advocaat: mr. J.G.H. Duivesteijn te Elst,
en
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
verweerster in hoger beroep, verder te noemen “de vrouw”,
advocaat: mr. A. van Oosten te Elst, gemeente Overbetuwe (onttrokken).
1. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
1.1 Het hof heeft op 12 april 2012 een tussenbeschikking gegeven.
1.2 Ter griffie van het hof is op 15 mei 2012 binnengekomen een brief van mr. Duivesteijn van 14 mei 2012.
1.3 De vrouw heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet gereageerd op de brief van de man van 14 mei 2012.
2. De motivering van de beslissing
2.1 Het hof neemt over en blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in de tussenbeschikking van 12 april 2012.
2.2 In die beschikking heeft het hof, alvorens verder te beslissen, bepaald dat de man schriftelijk aan het hof bericht geeft over de in 4.6 van die beschikking omschreven verzoeken, waarna de vrouw in de gelegenheid wordt gesteld schriftelijk daarop te reageren.
2.3 Bij voormelde brief van 14 mei 2012 heeft de man het hof laten weten dat bij de rechter-commissaris geen bereidheid bestaat om met de door de man te betalen kinderalimentatie rekening te houden. De man verwijst daarbij naar een brief van de rechter-commissaris van 23 april 2012. Uit die brief blijkt dat in de schuldsaneringsregeling geen rekening is gehouden met het betalen van kinderalimentatie en voorts dat de rechter-commissaris - gelet op de belangen van de schuldeisers - niet bereid is om bij de berekening van het vrij te laten bedrag rekening te houden met de door de man te betalen kinderalimentatie.
2.4 Het hof oordeelt als volgt. Gelet op de door de man overgelegde brief van de rechter-commissaris van 23 april 2012 is komen vast te staan dat de rechter-commissaris bij het vaststellen van het vrij te laten bedrag geen rekening heeft gehouden met de door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van [kind 1] en [kind 2], alsmede dat de rechter-commissaris het verzoek daartoe afwijst. Gelet op hetgeen het hof in overweging 4.4 van de tussenbeschikking heeft overwogen, moet daarom worden aangenomen dat de man niet over draagkracht beschikt om een onderhoudsbijdrage ten behoeve van de kinderen te betalen. De twee grieven van de man slagen. Gelet op de devolutieve werking van het hoger beroep betrekt het hof ook de andere weren van de vrouw in zijn oordeel. De stelling van de vrouw dat de man verwijtbaar werkloos is geworden, verwerpt het hof. Zo dat al het geval zou zijn, dan valt niet meer aan de man tegen te werpen dat hij thans is toegelaten tot de schuldsanering, nu er geen oorzakelijk verband bestaat tussen zijn werkloosheid en de toelating tot de schuldsanering. Dit betekent dat het hof het verzoek van de man om de door hem te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2] met ingang van 31 januari 2011 op nihil te stellen, zal toewijzen.
3. De slotsom
De grieven van de man slagen. Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt.
4. De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Arnhem van 26 april 2011, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre opnieuw beschikkende:
wijzigt de beschikking van de rechtbank Arnhem van 26 september 2006 en stelt de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2] met ingang van 31 januari 2011 op nihil;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. G.J. Rijken, R.A. Dozy en C.J. Laurentius-Kooter, bijgestaan door mr. A.J. Hase als griffier, en is op 30 augustus 2012 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.