ECLI:NL:GHARN:2012:BX8520
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toedeling en verdeling gezamenlijke woning en vermogensbestanddelen na ontbinding geregistreerd partnerschap
Partijen zijn op 4 januari 2005 een geregistreerd partnerschap aangegaan met specifieke partnerschapsvoorwaarden. Na het verzoek van de vrouw tot ontbinding van het partnerschap en diverse procedures over de afwikkeling, staat in hoger beroep de verdeling van de gezamenlijke woning, hypotheekschuld, inboedel en andere vermogensbestanddelen centraal.
Het hof oordeelt dat de woning aan de man moet worden toebedeeld, conform zijn eigen verzoek in eerste aanleg. De waardedaling van de woning komt voor zijn rekening, net zoals hij profiteert van waardestijging. De man heeft zich sinds het vertrek van de vrouw als eigenaar gedragen, onder meer door het aanbrengen van nieuwe sloten en het bouwen van een hooischuur. Hij heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het op zijn naam stellen van de hypotheek en het ontslag van de vrouw uit hoofdelijke aansprakelijkheid een onmogelijke last voor hem vormt.
De peildatum voor de waardering van de woning is vastgesteld op 23 september 2009, met een waarde van € 625.000,-. De hypotheekschuld wordt vastgesteld op € 750.760,-, waarbij de man en vrouw ieder voor de helft draagplichtig zijn, met uitzondering van het deel dat de man heeft gebruikt voor aflossing van zijn studieschuld en het bouwdepot dat voor rekening van de man blijft. Verder worden geschillen over de inboedel, overlijdensrisicoverzekering, witgouden ring en belastingteruggave behandeld, waarbij het hof grotendeels de eerdere beslissingen bevestigt. Het hof stelt partijen in de gelegenheid aanvullende stukken te overleggen over bankrekeningen en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de woning aan de man wordt toebedeeld en bevestigt de verdeling van hypotheekschuld en overige vermogensbestanddelen conform de partnerschapsvoorwaarden.