ECLI:NL:GHARN:2012:BX9309
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G.J. Rijken
- J.H. Lieber
- M.H.H.A. Moes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling testament en geestelijke vermogens testateur in erfrechtelijke procedure
In deze civiele erfrechtelijke procedure stond centraal de vraag of [B.] ten tijde van het opmaken van zijn testament op 16 april 2003, vanwege een geestelijke stoornis, niet in staat was zijn wil te bepalen. Appellanten stelden dat [B.] geestelijk beperkt was en daardoor niet wilsbekwaam was, terwijl geïntimeerden dit betwistten.
Het hof heeft uitgebreid getuigenverklaringen gewogen, waaronder die van een huisarts, familieleden en een huishoudster, die uiteenlopende beelden schetsten van de geestelijke vermogens van [B.]. Hoewel [B.] een geestelijke achterstand had en beperkt was in lezen en schrijven, bleek uit verklaringen dat hij met hulp instructies kon begrijpen en dat notarissen geen aanleiding hadden om zijn wilsbekwaamheid te betwijfelen.
Daarnaast bracht het hof medische stukken in over de geestelijke toestand van [B.] uit eerdere jaren, maar deze toonden geen relevante stoornis op het moment van testamentopmaak. Het hof concludeerde dat appellanten niet slaagden in hun bewijsopdracht dat [B.] niet wilsbekwaam was. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Arnhem en bepaalde een comparitie van partijen voor verdere afwikkeling van resterende punten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en oordeelt dat testateur wilsbekwaam was bij het opmaken van het testament.