ECLI:NL:GHARN:2012:BX9935
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- J.H. Lieber
- A.E.F. Hillen
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Opheffing maritaal beslag op onroerende zaken na inbreng in maatschap
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het maritaal beslag dat appellante had gelegd op diverse onroerende zaken, nog rechtsgeldig was nadat deze onroerende zaken waren ingebracht in een maatschap door geïntimeerde.
Appellante en geïntimeerde waren gehuwd in gemeenschap van goederen, welke gemeenschap was ontbonden door echtscheiding. De rechtbank had de verdeling van de huwelijksgemeenschap vastgesteld en onder meer de voormalige echtelijke woning aan appellante toegewezen. Appellante had maritaal beslag gelegd op meerdere onroerende zaken, maar geïntimeerde vorderde opheffing van dit beslag.
Het hof oordeelde dat door de inbreng van de onroerende zaken in de maatschap deze zaken uit de huwelijksgemeenschap waren verdwenen. Het aandeel van geïntimeerde in de maatschap viel wel onder de gemeenschap, maar de onroerende zaken zelf niet. Daarom was het maritaal beslag op deze zaken ten tijde van het beslag niet meer geldig en moest het worden opgeheven.
Verder werd geoordeeld dat het maritaal beslag niet verviel door de verdeling van de huwelijksgemeenschap, omdat de beslagen goederen niet tot die gemeenschap behoorden. De vordering van appellante om betaling van een bedrag wegens overbedeling werd afgewezen omdat zij reeds een uitvoerbare titel had en geen spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover het het verval van het maritaal beslag betrof, hief het beslag op en veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof heft het maritaal beslag op de onroerende zaken op en wijst de overige vorderingen van appellante af.