ECLI:NL:GHARN:2012:BY0449
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- C.M. Ettema
- A.J.H. van Suilen
- M.J. Peters
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over aftrek levensonderhoud zoon en uitstel zitting
Belanghebbende heeft tegen de aanslag inkomstenbelasting 2007 beroep ingesteld, waarbij hij onder meer aftrek van uitgaven voor het levensonderhoud van zijn zoon heeft opgevoerd. Daarnaast verzocht hij uitstel van de zitting bij de rechtbank, wat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem is het verzoek tot uitstel van de zitting opnieuw beoordeeld. Het hof oordeelde dat het verzoek niet gegrond was omdat de reden van belanghebbende fiscaal van aard was en geen belemmering vormde om op de zitting te verschijnen of zich voor te bereiden. Tevens mocht belanghebbende niet vertrouwen op stilzwijgende instemming met het uitstelverzoek.
Ten aanzien van de aftrekpost voor het levensonderhoud van de zoon heeft het hof vastgesteld dat belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd, zoals bankafschriften, om aannemelijk te maken dat hij daadwerkelijk uitgaven heeft gedaan. Daarom is de aftrek geweigerd.
Ook de heffingsrente is terecht in rekening gebracht, aangezien deze niet wordt geschorst tijdens bezwaar- en beroepsprocedures. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof Arnhem bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.