ECLI:NL:GHARN:2012:BY1378
Gerechtshof Arnhem
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak inzake naheffingsaanslag omzetbelasting en vergrijpboete
Belanghebbende verzocht het Gerechtshof Arnhem om herziening van een eerdere uitspraak van 23 november 2010 inzake een naheffingsaanslag omzetbelasting en een opgelegde vergrijpboete. Het verzoek was gebaseerd op vermeende nieuwe feiten en ontlastende bewijzen.
Het Hof overwoog dat het verzoek prematuur was ingediend omdat de termijn voor beroep in cassatie nog niet was verstreken. Na afloop van die termijn werd het verzoek alsnog ontvankelijk verklaard. Uit het onderzoek bleek echter dat de aangevoerde brieven en stukken reeds vóór de uitspraak van 23 november 2010 in het bezit van belanghebbende waren, waardoor niet voldaan werd aan de wettelijke criteria voor herziening volgens artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Verder bevestigde belanghebbende dat hij in de periode 1994-1998 niet belastingplichtig was voor omzetbelasting over zijn bestuurderswerkzaamheden, wat de eerdere uitspraak bevestigde. Ook werden geen nieuwe feiten of omstandigheden gepresenteerd die tot een andere uitspraak konden leiden.
Het Hof concludeerde dat geen reden bestond om de eerdere uitspraak te herzien en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak inzake naheffingsaanslag en vergrijpboete wordt afgewezen.