ECLI:NL:GHARN:2012:BY4680
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid watersysteemheffing gekoppeld aan WOZ-waarde
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag watersysteemheffing gebaseerd op de WOZ-waarde van zijn woonruimte in het gebied van Waterschap Rivierenland. Na een vermindering van de aanslag door de Ambtenaar, verklaarde de rechtbank het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de heffing in strijd was met het gelijkheidsbeginsel omdat alle ingezetenen gelijk beschermd worden, maar de aanslag ongelijk is vanwege de variërende WOZ-waarden.
Het Hof overwoog dat de Wet op de waterschapsheffing de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf voorschrijft en dat het algemeen bestuur van het Waterschap hier niet van kan afwijken. De wetgever heeft op fiscaal gebied een ruime beoordelingsvrijheid en het oordeel van de wetgever moet worden geëerbiedigd tenzij het van iedere redelijke grond is ontbloot.
Gezien de toelichting op de totstandkoming van de wet en de verordening kon niet worden gezegd dat de keuze voor de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf onredelijk was. De redelijkheid van de heffing zelf valt niet onder rechterlijke toetsing. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. J.P.M. Kooijmans, mr. J. van de Merwe en mr. R.A.V. Boxem op 20 november 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.