ECLI:NL:GHARN:2012:BY7685

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
29 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
P12/0374
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 5 EVRMArt. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging terbeschikkingstelling na doodslag met vreemdelingenstatus

De zaak betreft een terbeschikkinggestelde die sinds 2003 een TBS-maatregel ondergaat vanwege een doodslag. De rechtbank Leeuwarden had op 16 juli 2012 de terbeschikkingstelling met een jaar verlengd. De terbeschikkinggestelde, met vreemdelingenstatus en woonachtig in een kliniek, stelde bezwaar tegen deze verlenging.

Tijdens de zitting op 15 november 2012 verklaarde de terbeschikkinggestelde niet te willen terugkeren naar Kroatië, maar door zijn vreemdelingenstatus is resocialisatie onmogelijk omdat het ministerie geen verlofmachtigingen afgeeft. Binnen de kliniek is hij al zes jaar uitbehandeld, en voortgezet verblijf zou strijdig zijn met de artikelen 3 en 5 EVRM.

Het hof oordeelt dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en bevestigt de verlenging. Het hof voegt toe dat de reclassering een rapport moet opstellen over de mogelijkheden van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging en terugkeer in de samenleving, waarbij de vreemdelingenstatus buiten beschouwing moet blijven. Tevens moet de advocaat-generaal zorgen voor een IND-rapport over nationaliteit, verblijfstatus en voornemens ten aanzien van de terbeschikkinggestelde.

Het verzoek tot het opmaken van een maatregelrapport door de reclassering wordt afgewezen. De beslissing van de rechtbank wordt met deze aanvullingen bevestigd. De raden konden deze beslissing niet mede ondertekenen.

Uitkomst: De verlenging van de terbeschikkingstelling wordt bevestigd met aanvullende rapportageverzoeken aan reclassering en IND.

Uitspraak

TBS P12/0374
Beslissing d.d. 29 november 2012
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum],
verblijvende in [kliniek].
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Leeuwarden van 16 juli 2012, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 22 mei 2003, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd terzake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, namelijk doodslag;
- het verlengingsadvies van [kliniek] van 23 april 2012;
- de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 3 mei 2012;
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van hoger beroep van de terbeschikkinggestelde van 24 juli 2012;
- de aanvullende informatie van [kliniek] van 5 november 2012.
Het hof heeft ter terechtzitting van 15 november 2012 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr R. Bosma, advocaat te Assen en de advocaat-generaal
mr E.J. Julsing-Nijenhuis.
Overwegingen:
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman
De terbeschikkinggestelde wil niet langer terugkeren naar Kroatië maar kan gelet op zijn vreemdelingenstatus niet resocialiseren nu er door het ministerie geen verlofmachtigingen worden afgegeven. Zijn ongewenstverklaring is wel opgeheven maar er geldt voor hem een inreisverbod. Tegen die beslissing is beroep ingesteld en een voorlopige voorziening aangevraagd. De rechtbank Assen zal op 25 maart 2013 het beroep behandelen. Er is nog geen datum bekend waarop het verzoek tot een voorlopige voorziening wordt behandeld.
Binnen de kliniek is de terbeschikkinggestelde al zes jaar uitbehandeld. Een langer verblijf in de kliniek is in strijd met de artikelen 3 en 5 EVRM.
De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman hebben verzocht een onderzoek te gelasten naar de mogelijkheden om de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De terbeschikkinggestelde kan niet resocialiseren vanwege zijn vreemdelingenstatus. Resocialisatie is het sluitstuk van een verantwoorde terugkeer in de maatschappij.
De advocaat-generaal heeft verzocht de behandeling van de zaak te schorsen in afwachting van de uitspraak van de rechtbank Assen op 25 maart 2013. In de tussentijd kan de reclassering (afdeling buitenland) een rapport opmaken. De advocaat-generaal is bereid zelf in contact te treden met [kliniek].
Het oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met de volgende aanvulling.
De tbs-maatregel is niet in duur gemaximeerd, nu blijkens de bewezenverklaring, de kwalificatie en de motivering van de oplegging van de maatregel, in onderling verband en samenhang bezien, sprake is van misdrijven gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, namelijk doodslag.
Het hof acht het gewenst dat de reclassering voor de volgende verlengingszitting bij de rechtbank rapporteert omtrent de (on)mogelijkheden van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege van betrokkene, en over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de terbeschikkinggestelde in de samenleving zou kunnen geschieden. Het hof benadrukt dat daarbij de vreemdelingenstatus van de terbeschikkinggestelde als (verstorende) factor buiten beschouwing dient te blijven.
Verder acht het hof het gewenst dat de advocaat-generaal voor de volgende verlengingszitting bij de rechtbank zorg draagt voor een rapport van de IND waarin duidelijkheid wordt verschaft over de nationaliteit van de terbeschikkinggestelde en welk land als zijn land van herkomst wordt beschouwd, en waarin tevens wordt gerelateerd wat de verblijfstatus van de terbeschikkinggestelde is en wat de voornemens zijn van de IND met betrekking tot de terbeschikkinggestelde.
Beslissing
Het hof:
Wijst af het verzoek tot het doen opmaken van een maatregelrapport door de reclassering.
Bevestigt met aanvulling van gronden de beslissing van de rechtbank Leeuwarden van 16 juli 2012 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].
Aldus gedaan door
mr E.A.K.G. Ruys als voorzitter,
mr A.J. Smit en mr B.F.A. van der Krabben als raadsheren,
en drs. R. Poll en dr. L. Kaiser als raden,
in tegenwoordigheid van mr I.H.A. Bijl als griffier,
en op 29 november 2012 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.