ECLI:NL:GHARN:2012:BY8189
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.J.H. van Suilen
- A.J. Kromhout
- M.J. Peters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vrijval herinvesteringsreserve en weigering termijnverlenging
Belanghebbenden, negen vennootschappen die per 1 januari 2004 zijn gefuseerd tot X BV, maakten bezwaar tegen aanslagen vennootschapsbelasting 2003 en de daarbij in rekening gebrachte heffingsrente. Zij stelden dat zij in 2003 bindende verplichtingen waren aangegaan voor investeringen in Duitsland, waardoor de herinvesteringsreserves onbelast konden worden afgeboekt. Tevens voerden zij aan dat de herinvesteringstermijn verlengd was door stilzwijgende instemming van de Inspecteur.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof oordeelde dat geen sprake was van een bindende verplichting in 2003, omdat geen wilsovereenstemming bestond over de aankoop van onroerende zaken. Ook kon uit het uitblijven van reactie op een brief van 24 december 2003 geen verlenging van de herinvesteringstermijn worden afgeleid. Daarnaast is vastgesteld dat geen compromis tot stand is gekomen tussen partijen over de afwikkeling van de herinvesteringsreserves.
Het hof overweegt dat belanghebbenden onvolledige informatie hebben verstrekt over de belangenwijziging in 2004, hetgeen het vertrouwen in het tot stand komen van een overeenkomst heeft ondermijnd. De Inspecteur heeft de hoorplicht van artikel 25 AWR Pro niet geschonden, aangezien belanghebbenden afzagen van een hoorgesprek. Ook is het mandaatvoorschrift niet overtreden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbenden wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.